Ontmoeting Zeilreizen
Zeil Wijzer Op De Waddenzee

Govert van Veenendaal

Wadzeilen In De Praktijk

Berekening Van De Waterstanden Op De Waddenzee

Leer meer over waterstandsberekeningen met referentievlakken Waddenzee

De waterstanden op de Waddenzee varieeren sterk en de dieptes ook. Wie echt de Waddenzee wil bevaren zal de waterstanden moeten kunnen berekenen om te weten of bepaalde ondieptes op de route bevaarbaar zijn en wanneer. Wie de vergissing begaat met puntje hoog water springtij vast te lopen bij een forse waterstand loopt kans weken misschien wel maanden te moeten wachten voor er weer eens voldoende water komt om weg te komen. Ongeplanned vastlopen is in ieder geval nooit leuk. Zeker niet als het ook nog eens flink waait.

Het is dus wel belangrijk om je altijd bewust te zijn van de waterstand. Hoe bereken je dat nou. Dat zal ik je hier uitleggen eerst een stukje theorie en dan wat praktijkvoorbeelden

Referentievlakken Waddenzee

Dat doe je met twee vergelijkingsvlakken. Deze twee vergelijkingsvlakken verschillen van aard door de manier waarop ze worden vastgesteld. Begrijpt je hoe ze worden vastgesteld en wat de onderlinge relatie is dan moet ook duidelijk worden hoe de waterstand wordt bepaald.

Hieronder zie je in het schematisch overzicht vier vergelijkingsvlakken:

Getijniveaus
  • MSL
  • NAP
  • GLLWS
  • LAT

Uitleg Afkortingen En Referentievlakken Waddenzee

MSL:

Mean Sea Level. Dit is een vlak dat wordt verkregen door het gemiddelde van alle waterstanden, dus bij eb en bij vloed, te berekenen. Wordt in Nederland niet gebruik voor waterstanden, dus niet relevant. Leuk voor ouderwetse navigatie methode om de afstand tot een vuur in de kim te bepalen.


NAP:

Normaal Amsterdams Peil. Komt globaal overeen met MSL. NAP is niet berekend maar vastgesteld en wel letterlijk door middel van een koperen bout onder het plaveisel van de Dam in Amsterdam. Er is dus één ijkpunt dat voor heel Nederland (Europa) geld, en het oppervlak reduceert tot een effen oppervlak waarvan ieder punt dezelfde afstand heeft tot het middelpunt der aarde. Er is geen direkte relatie tot de waardes op de kaart. Waterstanden worden echter altijd gegeven ten opzichte van NAP. Hier begint de verwarring maar daar kom ik later op terug.

GLLWS:

Gemiddeld Laag Laag Water Spring. Deze waarde wordt verkregen door het gemiddelde te berekenen over een periode van zes jaar van de laagst gemeten waterstand bij springtij gedurende één maancyclus.Dit was tot 2006 het vlak ten opzichte waarvan de kaartdieptes en -hoogtes gegeven waren.
Behoefte aan unificatie tussen Noordzee kuststaten heeft geleid tot de overgang naar gebruik van het Engelse reductievlak LAT.

LAT:

Lowest Astonomical Tide. Het principe is hetzelfde als GLLWS, het verschil zit hem erin dat het gemiddelde niet gebaseerd is op meetgegevens maar op de astrologische berekening van de laagste waterstanden. Dit geeft een lager vlak ten opzichte waarvan de kaartdieptes gegeven zijn.


Toelichting Referentievlakken Waddenzee

Aangezien de waterstanden gemeten of berekend worden ten opzichte van een vast vlak namelijk NAP zijn de berekende waardes voor GLLWS en LAT ook tenopzichten van NAP. Dit maakt de relatie duidelijk tussen de kaart diepte en NAP. Het op de kaart weergegeven vlak heeft een bepaalde waterstands afhankelijke afstand tot NAP. De afstand tussen het kaartvlak (reductievlak) en NAP is niet overal gelijk omdat het verval, het verschil tussen hoog en laag water niet overal gelijk is. Bij Den Helder ligt het LAT bijvoorbeeld 110cm onder NAP en bij Delfzijl op 200cm onder NAP. In tegenstelling tot NAP is LAT dus een oneffen vlak. Om te weten wat de afstand is tussen LAT en NAP kijkt men in het tabelletje dat in de linker bovenhoek van de kaart is opgenomen. In de voorbeeld afbeelding hieronder staat LLWS maar op nieuwe kaarten staat LAT.

Getijniveaus

Het gebruikte referentievlak maakt voor de uitkomst geen verschil.

Waarom zo moeilijk vraagt men zich misschien af. Nou dat is simpel, door uit te gaan van een theoretisch minimale waterdiepte kan men met één oogopslag op de kaart zien waar het in ieder geval veilig is om te varen. Dit wordt benadrukt door de kleuren op de kaart.

Voor de nauwkeurige navigatie moet je rekenen.

De Berekening Van De Waterstanden Waddenzee
In De Praktijk gebracht

Stel je bent onderweg in het Inschot (IN)en je wil door het Scheurrak Ommedraai (SO). Kan dat wel is dan de vraag. Om te beginnen hebben we twee gegevens nodig en dat zijn de diepte op de kaart en de actuele waterstand.

Vervolgens gaan we uit van de op de kaart vermelde waarde voor LAT bijvoorbeeld 140cm onder NAP, tel de waterstand er bij op bijvoorbeeld -64cm ten opzichte van NAP dan is de waterstand ten opzichten van LAT 76cm. Goed dat weten we dan.

Als je op de kaart kijkt is tussen de SO 42 en SO 44: 0 8 de minste diepte. Dat wil zeggen 80cm onder LAT. Dit opgeteld bij de waterstand boven LAT die we net berekend hebben is 156cm.

scheurak ommedraai

afbeeldingen

Trek daar de diepgang van je schip vanaf en dat is de Under Keel Clearance. De ruimte tussen diepste punt schip en zeebodem.

Met een diepgang van 150cm is de UKC 6cm. In het geval dat je een kielschip hebt zou ik omkeren maar met een platbodem kan je het wagen.

Stel je gaat voor het scheurrak zonder ommedraai. Zoals te verwachten viel loop je vast. Het is mooi weer en je had al zin om droog te vallen dus het maakt niet uit.

Nu wil je weten hoe droog je komt te liggen bij de laagste waterstand.
Als dat -118cm is is de UKC is 140+-118+80-150=-38. 38cm tekort dus en er staat nog 112cm water om het schip. Helaas niet echt droog. Geen barbeque op de zandbank dus.

Het water komt op en na een pauze ga je weer verder. De waterstand is inmiddels 40cm boven NAP. Nu wil je weten wat de hoogste bank is waar je overheen kan varen.

De berekening is dan: de afstand van LAT tot NAP 140cm + de waterstand boven NAP 40cm - de diepgang 150cm = 30cm droogvallend. UKC kan nu in princiepe 0 zijn omdat het opkomend water is. Tot hoog water kan je niet meer zo dramatisch vast komen.

Heb je vragen naar aanleiding van dit verhaal stuur dan een E-mail of kom zeilen met de Ontmoeting. Kom meezeilen en we leggen het graag uit aan de hand van een praktijk voorbeeld.